Nederland haalt bouwdoel opnieuw niet: zo veel nieuwe woningen kwamen er in Leiden bij
In dit artikel:
In 2025 zijn in Nederland voor het derde achtereenvolgende jaar minder woningen bijgekomen dan het kabinet had gewild: het CBS meldt bijna 80.000 opgeleverde woningen, iets minder dan de ruim 82.000 in 2024 en ver onder het streefgetal van 100.000 per jaar. De krapte op de huizenmarkt blijft groot: prijzen zijn sterk gestegen en kopers bieden vaak ruim boven vraagprijzen.
Van de bijna 80.000 woningen betroffen 69.000 nieuwbouwprojecten; daarnaast ontstonden netto 11.000 woningen door transformaties (zoals samenvoegen of splitsen) en werden ongeveer 9.500 huizen gesloopt. Per saldo groeide de woningvoorraad met 70.000 tot ongeveer 8,3 miljoen woningen.
Het CBS wijst op personeelstekorten in de bouw en op een voorgaande terugval in afgegeven bouwvergunningen als verklaringen voor de tegenvallende bouwproductie. Aantal verleende vergunningen: 73.000 in 2023, 94.000 in 2024 en 86.000 in 2025 — een patroon dat de bouwcijfers van latere jaren kan beïnvloeden. Volgens de hoofdeconoom blijft het grootste deel van de oplossing in nieuwbouw zitten; transformaties leveren jaarlijks slechts zo'n 10.000–15.000 extra woningen op. Verkorting van de doorlooptijd tussen vergunningverlening en oplevering zou eveneens helpen.
Woonminister Mona Keijzer had al in december aangegeven dat de 100.000-doelstelling voor 2025 waarschijnlijk onhaalbaar was en benadrukte dat er nog „werk aan de winkel” is; zij versoberde procedures en versoepelde regels om nieuwbouw te stimuleren. Regionaal kwamen de meeste nieuwbouwwoningen in Noord-Holland (ongeveer 14.000); Drenthe en Friesland leverden met circa 1.300 nieuwbouwwoningen per provincie het minste aan de groei.