Namenliedjes als kompas van de samenleving . 'Misschien zijn mannen gewoon eikels en verdienen ze geen ode'
In dit artikel:
Twee Volkskrant‑collega’s, John Schoorl en Paul Onkenhout, publiceerden samen twee dikke boeken over liedjes met persoonsnamen in de titel — zogenoemde ’namenliedjes’ — en stuitten tijdens het samenstellen van die bijna achthonderd pagina’s op opvallende weglatingen: nummers van The Clash, Ella Fitzgerald en M.I.A. staan er niet in, tot hun verrassing.
Het verschijnen van de boeken past in de decembertraditie van lijstjes en debat over popmuziek: zulke verzamelingen leiden makkelijk tot vrolijke, soms felle discussies over wat wél of niet thuishoort. Schoorl en Onkenhout, die elkaar eind jaren tachtig al ontdekten als mede‑fans van The Beatles’ album Rubber Soul, gebruiken persoonlijke muzieksmaken en anekdotes om bredere patronen te schetsen. Zij zien namenliedjes niet alleen als curiosa maar als culturele spiegel — een kompas dat iets zegt over hoe samenleving, genderbeelden en populaire smaak veranderen (en waarom sommige mensen misschien liever geen ode krijgen).
Kortom: de boeken bieden meer dan een alfabetische lijst; ze nodigen uit tot nadenken over wie we in songteksten noemen, waarom we dat doen en wat die keuzes over onszelf onthullen.